Gasherbrum II 2001 - Dagboekfragmenten
Afscheid van de Karakoram - Zaterdag 21 juli
Nee, ik heb de Gasherbrum II niet beklommen. Niet omdat ik er
niet toe in staat was, of omdat het weer het niet toeliet. Ik had
zelfs hele goede kansen om de top te halen. Ik ben nauwelijks afgevallen
en voel me erg sterk. Toch ben ik niet hoger gekomen dan 7000 meter en
zit een toppoging er niet meer in. Dat komt door een kapitale fout
gemaakt door Amical Alpin, de organisatie waarbij ik deze expeditie
geboekt heb. Amical heeft ons gewoon besodemieterd, door een permit
aan te vragen voor een te korte periode. De Gasherbrum ligt in
oorlogsgebied en de regels zijn streng. Bovendien is Pakistan een zeer
bureaucratisch land, dus: regels zijn regels. Iedere expeditie krijgt een
liaison officer toegewezen, een door de Pakistaanse staat aangestelde man,
die er streng op toeziet dat de regels worden negeleefd. Langer blijven dan
op de permit staat, is dus uitgesloten. En onze tijd is op. Vannacht ga ik
nog spullen ophalen in kamp I en maandag gaan we terug naar de bewoonde wereld.
Vanaf het begin is er sprake van geweest dat teamleden die daartoe nog in
staat zouden zijn, na de voor de terugkeer geplande datum zouden kunnen blijven
om alsnog naar de top te gaan. Vorig jaar heeft Amical Alpin dat ook gedaan en
toen is inderdaad de top gehaald. Tijdens de bijeenkomst in Duitsland is er
uitgebreid gesproken over deze mogelijkheid en de berggids/expeditieleider
beweerde dat hij zeker zou blijven, want hij wilde zich de top absoluut
niet laten ontgaan. Ook Rob Meyer, de tweede Nederlander, en Michael,
een in Zwitserland wonende Amerikaan, hadden afspraken gemaakt over
langer blijven. Pas toen we na de mislukte toppoging van afgelopen week
weer terug waren in het basiskamp, werd ons verteld dat de permit voor
een te korte periode was aangevraagd, en dat hier blijven niet kan.
Expeditieleider Robert Rackl is volkomen incompetent voor wat betreft
het leiden van een groep en het organiseren van een expeditie.
Het was me al eerder opgevallen dat hij gewoon opstaat en
weggaat als er gesproken wordt over hoe en wanneer er
geklommen wordt en er een discussie ontstaat. En dat
terwijl hij de leider is die beslissingen moet nemen, mensen op
één lijn moet krijgen. En nu, op het cruciale moment, komt aan het
licht dat hij privé-problemen heeft en liever vandaag dan morgen vertrekt.
Hij is helemaal niet geïnteresseerd in de top. Van hem krijgen we geen enkele steun,
evenmin als van de eigenaar van Amical Alpin, Ralf Dujmovits. Ook die steekt in Duitsland
geen poot uit om te proberen de permit verlengd te krijgen. De enige die zijn uiterste best
voor ons heeft gedaan is onze liaison officer. Zonder resultaat, jammer genoeg.
De stemming in het basiskamp is om te snijden. Het overgrote deel van de expeditieleden verlangt maar naar één ding: terug naar huis. Voor sommigen is een achtduizender eigenlijk een te groot project. Daar komt nog bij dat er een ernstig ongeluk is gebeurd met een van onze teamgenoten, de beste klimmer op berggids Rackl na. Vorige week zijn we in twee groepen naar boven gegaan voor een toppoging. In de buurt van kamp II was een traject dat altijd zonder touw geklommen kon worden, omdat de gletsjer daar niet met sneeuw bedekt was en de gletsjerspleten goed zichtbaar waren. Maar tijdens ons verblijf in kamp 1 en 2 heeft het 48 uur bijna ononderbroken gesneeuwd. Doordat de temperatuur hoog gebleven is, was de sneeuw zacht. Te zacht, want Franz zakte door de sneeuw en viel in een ongeveer 20 meter diepe gletsjerspleet. Gelukkig was Robert Rackl in zijn buurt en zag het gebeuren. Hij is zo snel mogelijk in de spleet geklommen en heeft in de duisternis lang moeten zoeken voordat hij Franz vond, gewond en zwaar onderkoeld. Het ongeluk gebeurde dicht bij kamp 1 en gelukkig waren er veel klimmers om hulp te bieden. We hebben Franz geëvacueerd. Met zuurstof en alle beschikbare kleding hebben we hem voldoende kunnen opwarmen. Hij heeft waarschijnlijk gebroken ribben en een gebroken arm en is per helikopter afgevoerd. Na dit ongeval en de gigantische hoeveelheid sneeuw die ons belette ook maar aan een toppoging te denken, was de moraal erg laag. Vrijwel niemand zag de Gasherbrum meer zitten, ook berggids Rackl niet. Besloten werd dat er 2 hoogtedragers zouden blijven die graag naar de top willen, evenals de liaison officer, Michael, Rob Meyer en ik. En toen kwam dus pas aan het licht dat dat helemaal niet mogelijk is. Ik heb ruim een half jaar getraind en me op deze expeditie voorbereid. Bovendien heb ik 2 maanden onbetaald verlof genomen. Ik heb goede kansen om de top te halen, maar Amical Alpin heeft zich niet aan zijn afspraken gehouden. Erger nog: ze breken alle kampen af, nemen alle voorraden mee en maken het ons zo dus
een poging te wagen. Rackl denkt alleen maar aan het materiaal, dat in goede staat achter moet blijven voor de expeditie van volgend jaar. Dat wij niet naar de top kunnen, laat hem steenkoud. Nog een fout: er is niet eens voldoende gas voor de branders om een tweede toppoging te wagen.
Ik ben nog nooit zo gedesillusioneerd geweest tijdens een klimtocht. Ik wilde weten hoe zo*n commerciële expeditie in zijn werk gaat en dat vergelijken met de Rakaposhi indertijd, toen we met een groep van vijf vrienden op stap gingen. Onze beklimming toen was een wereld van verschil met wat hier gebeurt. Destijds hadden we alles zelf in de hand en niemand dacht aan opgeven voordat de top beklommen zou zijn. We hadden er meer dan genoeg tijd voor genomen. Heel veel expedities komen niet op de top omdat ze er niet genoeg tijd voor uittrekken. In die val waren we met de Rakaposhi niet gelopen en ik wilde er met de Gasherbrum ook zeker van zijn dat tijdgebrek niet het struikelblok zou worden. Vandaar mijn afspraak met Amical Alpin, die dus helemaal niets waard bleek te zijn. Voor mij nooit meer een commerciële expeditie.
30 juli kom ik aan in Düsseldorf. Om zo snel mogelijk een paar dagen met Noes te gaan fietsen in België.
Robert Eckhardt, 22 juli 2001
* * * * * * * * * * * * * * * * * * *
1 juli 2001, Basiskamp Gasherbrum
Noordenwind uit China heeft dagenlang voor prachtig
weer gezorgd, waardoor we flink bezig zijn geweest op
de berg. Ik ben goed gewapend tegen de kou die hier op
deze hoogte zou heersen en tors een halve rugzak vol met
van alles en nog wat mee: speciale handschoenen, speciale
gamaschen, gezichtsmasker, winddichte haarband, dikke muts.
Met die kou krijgen we vast nog wel mee te maken, maar
voorlopig is de extreme hitte onze grootste vijand: van
alle uitrusting is het petje-met-flap-tegen-verbranden-van-de-nek
het meest gebruikt. We hebben tot nog toe steeds 's nachts geklommen,
omdat we vanaf 10 uur 's morgens voor de hitte de tenten al in moeten
vluchten. Ook in Kamp I, waar het zo'n 35 tot 40 graden warm werd.
Vorige week woensdag zijn we richting Kamp I gegaan, een
acclimatisatietocht, dwars door de ijsval. Heel spannend in
het donker. Om optimaal te acclimatiseren zijn we niet helemaal
naar Kamp I gegaan, maar weer afgedaald. Na een rustdag zijn
we daarna wel naar Kamp I gegaan en daar hebben we zelfs 2
nachten geslapen. Wel een gekke gewaarwording om op 5900 meter
hoogte lekker een boek te zitten lezen. Van de hoogte heb ik
geen last, op de eerste tocht door de ijsval na, toen ik me
als laatste omhoog sleepte. Nu geen centje pijn meer.
Gisteren hebben we vanaf Kamp I de zogeheten banaan, het
onderste deel van de graat, geklommen. Berggids Robert is tot
6500 meter gekomen, hoger is dit seizoen nog niemand geweest,
ook de Engelsen niet die hard bezig zijn vaste touwen aan te
leggen. Een paar anderen en ik zijn tot 6400 meter gekomen.
Het terrein was steil! Zo'n 45 tot 50, soms wel 55 graden.
Het is de bedoeling dat morgen Kamp II opgezet wordt, een
stuk lager dan normaal, vanwege de hitte. We staan dan op de
graat i.p.v. in een beschutte kom, waar normaal Kamp II wordt
opgezet. Dan braden en bakken we minder.
De wind is inmiddels gedraaid, wat een weersverslechtering
kan betekenen. Misschien komt er op korte termijn dus niets terecht
van mijn ambitieuze plannen om vanuit Kamp II naar zo'n 7000 meter te
klimmen. Maar niet getreurd: geduld is een schone zaak. Ik houd me dan
ook maar aan de spreuken: wielrenners winnen de Tour de France in bed.
En Karakoram-klimmers halen de top als ze kunnen blijven eten, slapen,
drinken en geduld hebben.
Robert Eckhardt
* * * * * * * * * * * * * * * * * * *
Maandag 25 juni, basiskamp Gasherbrum II
Voor vertrek uit Payu was er een dansfeest: 430 dragers in hun
slobberbroeken die muziek maken op tonnetjes, blikken en alles wat maar
lawaai kan maken. Kakelende kippen, sonore stemmen die zingen alsof ze
hevige buikpijn hebben. De muziek van Pakistan. De enige vrouwen zijn de
schaarse vrouwelijke expeditieleden. Dat is wel anders dan in Nepal, waar
ook de vrouwen zware lasten dragen tot in de basiskampen van de Mount Everest.
Maar hier in Pakistan zijn de vrouwen niet belangrijk. Die zitten thuis en mogen
niet alleen de straat op.
De eerste twee dagen op de Baltoro-gletsjers waren warm en lang:
naar Liligo op 3900 meter. Vervolgens door naar Urdukas op 4050 meter.
Langs de hoogste granietwanden op aarde: de Trango Towers en de Nameless
Tower. Alles hier is groot en indrukwekkend. Als je denkt in een uurtje wel
naar dat grote, markante rotsblok te kunnen wandelen, kom je bedrogen uit.
Na een uur is er aan het landschap nog niets veranderd en is dat rotsblok
nog precies even ver weg.
Na Urdukas kregen we 2 dagen slecht weer, zodat we de Masherbrum
niet zagen, noch een van de andere indrukwekkende sneeuwbergen op
onze route. Op een hele lange dag waarop we richting Konkordiaplatz
liepen, werd het uitzicht weer door wolken belemmerd. Af en toe kwam
het zicht vrij. Rob Meijer en ik zijn achtergebleven en op de gletsjer
gaan zitten, in de hoop toch nog een glimp van de K2 op te vangen.
Toen we de hoop al bijna hadden opgegeven, kwam het onderste en
bovenste deel van de berg vrij, het midden bleef in de wolken.
De berg leek daardoor nog veel groter en afschrikwekkender dan
wanneer we hem helemaal gezien zouden hebben.
We werden er stil van.
Nu zitten we in het basiskamp, waar wolken, zon en sneeuw
elkaar afwisselen. Er is de laatste dagen veel sneeuw gevallen.
Lawines razen overal naar beneden. Het spel van de coulissen
die dan weer zicht op de bergen geven, dan weer ieder uitzicht verhullen,
is fascinerend. Daar: Chogo Lisa 7600 meter hoog. En daar: de Gasherbrum I.
Konkordiaplatz (zie het kaartje) is de indrukwekkendste plek op
aarde waar je kunt zijn. Nergens zijn de dimensies zo groot, daar
zijn wel zo'n beetje alle klimmers het over eens. Er komen dozijnen
gletsjers uit op dit toch al immense gletsjerplateau. En iedere
zijgletsjer is al groter dan de langste gletsjer in de Alpen.
Er zijn meerdere expedities in het basiskamp, maar er is zoveel
ruimte dat we totaal geen last van elkaar hebben. Rob en ik staan
vlak naast elkaar. Helaas staat de eettent 25 hoogtemeters lager.
Dus als we iets willen drinken of eten, moeten we een flink eind afdalen
en - veel erger - ook weer omhoog naar de tent.
Morgen zijn we nog bezig met het inrichten van het basiskamp. Overmorgen gaan
we voor het eerst naar kamp 1, als het weer het toelaat.
Groeten,
Robert Eckhardt
© Demmenie Sport BV - demmeniesport.nl