Nederlandse Broad Peak Expeditie 2004
Demmenie Sport  
Home |  Nieuws |  Team |  Route |  Partners |  Foto's |  Media |  Links 


Nieuws

AUGUSTUS 2004

04 augustus 2004 - Het relaas van Frits

Frits en Roos zaten 29 juli klaar in kamp 03 voor een toppoging. Maar ze misten het goedweer-venster helaas met één dag. Een spannende afdaling in een white out volgde. Met goede hoop wachtten ze vervolgens in het basiskamp op volgende kans. Die kwam niet. Frits vertelt.

“De nacht dat ik met Roos vanaf kamp 3 (7250 meter) naar de top zou gaan, bleek het zwaar bewolkt en sneeuwde het. Om 0.45 uur stond ik buiten de tent. Overal was het wit, en het sneeuwde gestaag. Ik kon het spoor naar de plek waar we onze behoeften deden onderscheiden, dat gaf me enige moed. Misschien was het spoor naar de col er toch nog, was het niet volgesneeuwd. Ik klom omhoog naar de grote gletsjerspleet boven het kamp, waar een vlaggetje de enige begaanbare sneeuwbrug markeerde. In het donker kon ik gelukkig de diepte van de spleet niet zien. Twintig meter boven de spleet hield ik stil. Waar ik ook keek, het was wit. Geen enkele aanwijzing voor het spoor waarover de vier succesvolle topbeklimmers gisteren gingen. Alles wat ik zag was wit, althans de tiental meters die ik kon zien. Ik keek om en zag nog nauwelijks de tent waar Roos, met haar hoofdlamp op, zich voorbereidde op de klim van vannacht. Of wachtte op mijn terugkomst, omdat ze doorhad dat het kansloos was. Het spoor naar de col op 7800 meter was de afgelopen twee dagen door veertien klimmers gemaakt, waarvan er uiteindelijk maar vier de top (8047 meter) haalden. Nu was er dus niks meer van te zien. Ik waadde door een halve meter diepe sneeuw op een 40 graden steile helling. De route, die in een heldere nacht tot aan de col zichtbaar is, was verdwenen in een witte woestijn zonder aanwijzingen. Ik wist alleen dat het omhoog was, bijna 600 meter naar de col, daarna de graat naar de voortop en dan de spannende graat naar de top. Evenwel, zonder zicht door de steile ijsflanken en langs ijstorens traverseren, zonder enig houvast, dat is een gekkenhuis. En of we de energie zouden hebben om het hele eind door de diepe sneeuw met zijn tweeën te sporen…? Ik ging terug naar kamp 3, gefrustreerd. Ik dook in de tent bij Roos, we zouden wachten. Om twee uur sneeuwde het nog steeds en om drie uur ook. Toen viel ik in slaap, tot een uur of acht. Het sneeuwen was opgehouden maar de wolken ontnamen nog steeds het zicht naar boven, en beneden. De beslissing om af te dalen was snel genomen. De afdaling zelf was een stuk minder gemakkelijk. Diepe sneeuw, lawinegevaar, geen zicht, condities die dicht in de buurt kwamen van een white-out. Het grote gletsjerplateau boven kamp 2,5 was zondermeer spannend te noemen. Behoedzaam navigeren op de spaarzaam geplaatste stokjes, want links en rechts van de route was soms amper te zien waar de sneeuw ophield en de afgrond begon. Onder kamp 2,5 hadden we 100 meter vast touw aangebracht in de 50 graden steile helling. Ik sprong zowat van de rand de sneeuwmassa in – in de hoop dat als de helling op scherp stond, hij onder me af zou gaan. Gelukkig gebeurde er niks. Het volgende vaste touw konden we niet meer vinden, waarschijnlijk lag het diep onder de sneeuw. Hadden we bij de uiteinden maar stokjes geplaatst… hier hadden we ook nog eens te maken met diepe Bruchharsch-sneeuw. Vanaf zo’n 200 meter boven kamp 2 tot aan de gletsjer beneden was het vaste touw gelukkig nog intact, waardoor we snel en veilig konden afdalen.”

“Uitgeput komen we net voor donker in het basiskamp aan, waar we met onze neus in het feestmaal voor de topbeklimmers vallen. Toch denk ik meteen aan weer omhoog gaan – na een paar dagen flink uitrusten en goed eten. We hebben minimaal vier dagen goed weer nodig om de top te halen. Maar dan mag het nu niet te veel meer sneeuwen. Wie willen en kunnen er nog omhoog? Menno en ik willen zeker. Bob twijfelt, Roos ook. Roland en Mike willen misschien ook maar dan moet het wel echt mooi weer worden. In nauw overleg met Meteoconsult wordt gekeken naar de verwachting. Het wordt een blijde verwachting als er begin augustus een goedweer-venster van minstens vier dagen lijkt aan te komen. Maar niet voordat het eerst flink gaat sneeuwen. Voortschrijdend inzicht kort het venster met een dag in, en direct na het toch niet zo supergoede weer staat er een front te popelen om zich leeg te sneeuwen op onze kop. Alle andere expedities hebben de hoop opgegeven en hun basiskamp verlaten. Wij zijn het enige overgebleven team. In kamp twee staat nog wel een tentje van Russen die nu op K2 klimmen. Klommen is beter, omdat een van hun op die berg is omgekomen, en de ander al acht dagen vastzit in kamp 4 op 7900 meter, zonder radio. Menno besluit niet meer omhoog te gaan en dan volgen Roland en Mike. Het is zinloos om alleen te gaan. Ik zou van basiskamp naar de top in mijn eentje moeten sporen. En dat is uitgesloten. Mijn teamgenoten zijn onderhand al met hun gedachten terug in het warme Islamabad, ik draai de knop nu ook maar om. Broad Peak blijft hier nog wel een tijdje staan…”
 

Frits zit vermoeid,
op de grond
net boven
kamp 2,5

Rooz en Frits dalen,
in stormachtige condities
af vanuit
kamp 03

Kamp 3 op de
geplande topdag:
sneeuw en wind
bepalen het weer

Paul in kamp 03
op 28 juli. Vandaag is
het nog
mooi weer.

Slecht weer in de
col, gezien op het
moment dat we aan de
afdaling beginnen



DISCLAIMER 

Copyright © 2003-2004 Demmenie Sport Laatste aanpassing: 29/02/2008