Nederlandse Broad Peak Expeditie 2004
Demmenie Sport  
Home |  Nieuws |  Team |  Route |  Partners |  Foto's |  Media |  Links 


Nieuws

JULI 2004

29 juli 2004 - “Met het wegwaaien van de tent, begon de ellende”

Na de noodgedwongen afdaling uit kamp 03, komen Bob en Menno langzaam weer op krachten. Ze realiseren zich dat de expeditie er voor hen op zit. Ze hebben goed gehandeld na de constatering dat Bob last had van ernstige hoogteziekte. Maar had dit voorkomen kunnen worden? Volgens de twee vrienden begonnen de problemen toen de tent die Bob op 6800 meter had geplaatst, wegwaaide.

Bob: “Op de 25e heb ik een depot gemaakt van een kleine tent, eten, gas en een fototoestel in een tent van de Fieldtouring expeditie, in kamp 2,5 op 6800 meter. Dit om de volgende dag met Menno daar te kunnen slapen, zodat we beter konden wennen aan de hoogte. Kamp 2,5 is een mooie tussenstop. Kamp 03 ligt immers ruim 1000 meter hoger dan kamp 02. Ik had voor Rooz en Frits ook twee slaap plaatsen geregeld in een van de tenten van Fieldtouring. Een half uur voordat we de volgende dag bij de tent in kamp 2,5 aankwamen zagen we deze –inclusief ons depot- naar beneden vliegen. We stonden stijf van de schrik. Tranen in de ogen. Dit zou wel eens het einde van de expeditie kunnen betekenen…”

“Gelukkig ontmoetten we die dag een van de twee Oostenrijkers waarvan we een tent op 6700 meter wel mochten lenen. Een klein twee persoonstentje delen met z’n vier voor een nacht. Van slapen kwam weinig terecht. Rooz en Frits vertrokken de volgende ochtend om 7 uur naar kamp 03. Omdat ik me niet erg lekker voelde bleven Menno en ik nog een uurtje liggen en dronken we nog wat thee. Het liefste zouden we die dag nog in kamp 2,5 blijven om te acclimatiseren maar omdat het tentje die middag door de Oostenrijkers weggehaald zou worden bleven twee opties over: of naar beneden of door naar kamp 3. De mooi weer periode zou nog maar een paar dagen duren, dus gingen we toch maar omhoog naar kamp 03.”

Het is 16.30 uur, de 27e juli. Bob en Menno komen aan in kamp 03. Beide hebben ze last van een klein beetje hoofdpijn, maar dat is normaal. Ze zijn immers op 7200 meter. Ze nemen een pijnstillertje en gaan in de slaapzakken liggen. Menno begint met het smelten van sneeuw. Ze drinken beiden een liter thee en vallen in slaap. Na een uurtje wordt Menno wakker en maakt wat eten klaar. Aardappelpuree met kaas, een maaltijd die de Fransen hier hebben achtergelaten. Daarna gaan ze slapen. ’s Nachts begint de ellende. Menno: “Middernacht moet Bob overgeven. Hij heeft het benauwd, snakt naar adem. Het eerste teken dat het niet goed met hem gaat. Het is niet de normale, lichte vorm van hoogteziekte. Er is meer aan de hand. Morgen zullen we moeten afdalen. We vallen weer in slaap. Om vier uur wordt ik wakker van de geluiden die Bob maakt. Hij murmelt onophoudelijk en zegt een paar woorden die ik niet kan verstaan. Zijn gezicht is gevoelloos, zo ook zijn mond. Zijn lippen kleuren donkerblauw. Dit is niet goed. Ik vermoed een beginnende vorm van hersenoedeem (HACE), in combinatie met longoedeem (HAPE). We moeten naar beneden, en snel. Maar in het donker het steile stuk te moeten afdalen met iemand die amper kan lopen, dat zie ik niet zitten. We zullen weggaan zodra het licht wordt.

Om vijf uur begin ik met me aan te kleden. Bob volgt uit zich zelf mijn voorbeeld. Hij wil ook weg. ‘We gaan’, zegt hij. Even ben ik bang dat hij er in zijn eentje vandoor zal gaan. Maar als ik zie dat hij zijn veters van zijn binnenschoen niet eens normaal kan strikken, wordt duidelijk dat hij niet zomaar weg zal lopen. Ik vraag Rooz en Frits, die in een andere tent slapen, om twee liter water te smelten. Zelf heb ik ondertussen ook de brander aangezet om water te maken. Ik wil niet weg zonder dat ik drie liter water bij me heb. Ik geef Bob een pilletje Diamox en ook drie pillen DEX.

Om zes uur heb ik de belangrijkste spullen in onze rugzakken gestopt en kruipen we uit de tent. Bob heeft zijn donsbroek maar half aan, de bretels lukken hem niet. Ik kleed hem verder aan. Muts op, wanten aan, stijgijzers onder. Ik pak zijn handen vast en vraag hem om een klein stukje te lopen. Het lukt hem maar net om vier passen te zetten. Dit is serieus mis. Schrikbeelden over een vergelijkbare actie als we twee weken geleden met Fabian hadden, komen me voor ogen. We moeten nu echt meteen naar beneden! Ik bind een touw vast aan Bob en loop anderhalve meter achter hem. Elke keer als hij dreigt uit balans te raken, corrigeer ik hem met het touw. Stapje voor stapje dalen we het steile ijzige stuk af. Om de tien meter gaat hij zitten. Elke keer beur ik hem weer op en maak ik duidelijk dat we niet moeten treuzelen. Na 500 meter wordt het terrein wat vlakker. De volgende 1000 meter lopen we naast elkaar. Bob steunt met een arm op mijn nek, terwijl ik hem half aan zijn gordel optil. Het is erg vermoeiend, omdat de sneeuw zacht is en we regelmatig uit evenwicht raken. Ook ik moet een paar keer gaan zitten om uit te rusten.

Bob kikt zichtbaar op van het verliezen van hoogte. Als we op 6800 meter zijn, gaan we zitten en eten en drinken we wat. Na tien minuten gaan we verder. Om 9.30 uur strompelen we kamp 02 binnen, waar Deb en Roland net ontwaken. Ze maken wat water warm voor ons. Ook geeft Deb aan Bob een tweede portie DEX. Het zonnetje is inmiddels achter de berg vandaan gekomen, en ik geniet van het warme licht. Bob probeert in de tent wat te rusten. Om 11 uur gaan we verder, besluiten we. Inmiddels kan hij goed op eigen benen staan. Hij wankelt nog wel zo af en toe, maar ik durf hem voor me uit te laten gaan. Het stuk tussen kamp 02 en kamp 01 is immers volledig voorzien van vaste touwen. Om 12.45 komen we in kamp 01 aan. Bob gaat weer in de tent liggen, ik maak buiten op de brander wat water warm. Om 14 uur gaan we verder, besluiten we. Het allerlaatste stuk van de afdaling lijkt eindeloos. We hebben meer dan drie uur nodig om in basiskamp te komen. Maar om 17.30 strompelen we de messtent binnen. Abbas en Pippa zijn blij ons, na meer dan een week boven te zijn geweest, weer te zien. Abbas maakt een heerlijk maal van French Fried (Patat), groentemie en vruchten. Bob heeft zijn eetlust nog niet terug, maar hij is wel zichtbaar opgeknapt. 2300 meter af dalen blijkt een goed medicijn.

Dit was het dan. Einde expeditie voor Bob en mij. Ik weet niet goed wat ik moet voelen. Als ik die nachts in mijn tentje lig en naar mooie muziek luister, komen de tranen. Is het verdriet of geluk? Gevoelens van verdriet omdat we de top niet gehaald hebben wisselen zich af met vreugde omdat Bob gezond beneden is. Of overdrijf ik nu als ik denk dat Bobs leven op het spel heeft gestaan? Het is moeilijk weer in te denken hoe de situatie vanmorgen vroeg was, maar het is een feit dat als we nog langer hadden gewacht met afdalen, Bob er zeker minder goed vanaf was gekomen. Afdalen en de top opgeven was het enige goede wat we konden doen. Een berg is immers geen leven waard.”
 



DISCLAIMER 

Copyright © 2003-2004 Demmenie Sport Laatste aanpassing: 29/02/2008